For the “Flight and Rescue” story available in five languages
English »
简体中文 »
Nederlands
日本語 »
Русский »
GESTRAND

Wanhopige zoektocht naar eindbestemmingen
Het merendeel van de 2.100 Pools-joodse vluchtelingen uit Litouwen kwam uitgeput en zonder geld aan in Kobe, Japan. Dankzij de toewijding van de lokale joodse gemeenschap en geld van het Joint Distribution Committee kwamen ze er weer bovenop. Een minderheid reisde vlug door naar de Verenigde Staten en andere landen. Voor honderden anderen rekte het verblijf van weken tot maanden, en velen wanhoopten of ze ooit een visum voor hun eindbestemming zouden krijgen van Amerikaanse en andere consulaten die ze bezochten.

Onzekerheid over de toekomst bekoelde bij deze doorreizigers waardering van het exotische Japan. Hun onafgebroken zorgen over naasten in het bezette Polen, werden nog een verergerd door het bericht dat Duitsland op 22 juni 1941 de Sovjetunie was binnengevallen. In juli stelden de Verenigde Staten een embargo in voor olie-export naar Japan, dat kort daarna Frans Indochina bezette. De vluchtelingen werden steeds nerveuzer bij het zien van militaire oefeningen in Kobe, een belangrijke marinebasis, toen de oorlogsdreiging in de Pacific toenam.

Hulp van joodse gemeenschap in Kobe
Met toestemming van de Japanse autoriteiten ontving een vertegenwoordiger van de joodse gemeenschap in Kobe de berooide vluchtelingen bij hun aankomst in Tsuruga en begeleidde hen op hun treinreis naar Kobe. Met geld dat grotendeels afkomstig was van het Amerikaans-joodse Joint Distribution Committee kon de joodse gemeenschap onder leiding van Anatole Ponevejsky groepshuizen oprichten, voor onderdak en voedsel zorgen en namens de vluchtelingen optreden in contacten met lokale ambtenaren.

“Je denkt niet aan de exodus uit Egypte lang geleden, alleen aan de verboden grenzen die je moet passeren... En wie weet wat er voor je in het verschiet ligt. Waarheen moeten we nu weer vluchten?”

—Rose Shoshana Kahan, sterfbed 1941

Anatole Ponevejsky
Anatole Ponevejsky werd geboren in de Siberische stad Irkutsk. In 1930 verhuisden hij en zijn broers naar Habin, Mansjoerije, waar ze een bedrijf voor het importeren van wollen weefsels uit Japan begonnen. In 1935 vertrok Ponevejsky naar Japan om de export te leiden en later vestigde hij zich in Kobe met zijn vrouw en twee dochters. Hij organiseerde de Ashkenazi-joodse gemeenschap van 25 families en huurde een gebouw aan de Yamamoto Dori-straat waarin een synagoge, een gemeenschapscentrum en in 1940 en 1941 kantoren voor vluchtelingenhulp waren gevestigd. Na de oorlog opende Ponevejsky een detailhandel in Tokio waar Chiune Sugihara korte tijd werkte.

Nieuwe zoektocht naar visums
De visums voor Curaçao, waarmee vluchtelingen de Sovjetunie konden verlaten, bleken nutteloos om door te reizen vanuit Japan. Omdat vluchtelingen een visum voor een geldige bestemming nodig hadden, maakten ze de ronde langs de consulaten in Kobe, Yokohama en Tokio. Meer dan 500 Poolse joden slaagden erin om een Amerikaans visum te verkrijgen, maar nieuwe immigratiebeperkingen in verband met de oorlog verhinderde honderden anderen van de aanvankelijk gesponsorden. Toegangsbewijzen voor Palestina waren nog schaarser en de reis voorzieningen daarheen ingewikkelder en duurder.

“Onder dreiging van de groeiende toevloed van allerlei vluchtelingen uit Europa, onder wie joden uit Duitsland, Oostenrijk en de Baltische Staten, sluiten verschillende landen in Noord- en Zuid-Amerika steeds onverbiddelijker hun grenzen voor hen.”

—Tadeusz Romer, Pools ambassadeur, Tokio, 15 januari 1941

Tadeusz Romer
Tadeusz Romer, een afstammeling van Poolse adel, werd in februari 1937 de Poolse ambassadeur in Japan. In 1940 en 1941 bracht hij gedetailleerd verslag uit van Poolse vluchtelingen in Japan en de hulp die medewerkers van het consulaat verstrekten, zoals afgifte van juiste identiteitsdocumenten, ontvangst bij binnenkomende schepen in Tsuruga om formaliteiten vlotter af te handelen en hulp aan sommigen bij het aanvragen van visums voor Britse gebiedsdelen. Romer pleitte voor een speciale behandeling door geallieerde landen van Poolse vluchtelingen in het Verre Oosten die “niet wordt ingegeven door overwegingen ten aanzien van ras, godsdienst of politieke overtuiging.”

Begin van “Endlösung”
Terwijl de vluchtelingen in Japan waren gestrand, bleven ze zich zorgen maken over familieleden van wie ze waren gescheiden. Door ansichtkaarten van thuis werden ze enigszins gerustgesteld, maar de communicatie per post of telegram stopte grotendeels na 22 juni 1941, toen Duitse troepen de Sovjetunie binnenvielen. In Vilna en elders in de bezette delen van de Sovjetunie begonnen de nazi's en hun collaborateurs de eerste massa executies van joden, waarmee de vernietigingsfase van de Holocaust aanbrak. De vluchtelingen hoorden pas iets over deze gebeurtenissen of het lot van hun naasten na afloop van de oorlog.

Contacten tussen joden en Japanners
De Japanners waren gastvrij, maar ook geïntrigeerd door de vluchtelingen. De rabbi's en yeshiva-studenten kwamen bijzonder vreemd over. In Kobe toonde de avant-gardistische Tanpei-fotoclub interesse in de vluchtelingen en velen van hen werden eind april 1941 door de clubleden gefotografeerd. Na de oorlog herinnerden de meeste vluchtelingen zich de nieuwsgierigheid van de Japanners en ze merkten de afwezigheid van antisemitische houdingen en gedrag op die ze in het vooroorlogse Polen hadden doorstaan.

“Ondanks de nauwe betrekkingen tussen Japan en Duitsland zijn er geen gevallen van discriminatie van joodse vluchtelingen gemeld en de berichtgeving in de kranten was niet negatief.”

—Roy M. Melbourne, Amerikaanse vice-consul, Kobe, 22 mei 1941

“Wandelende jood”
Leden van de Tanpei Shashin-club in Osaka fotografeerden de vluchtelingen gedurende twee dagen in april 1941. Tweeëntwintig werken van de Osaka Asahi Kaikan werden tentoongesteld als “Zwervende jood” in mei 1941. Over zijn portret van een yeshiva-student (“Man”), dat in het tijdschrift Asahi Camera werd afgedrukt, schreef Kaneyoshi Tabushi: “Uit de ogen van de zwervende spreken niet alleen verdriet en ellende . . . maar ook vastberadenheid van een volk dat wanhopig verspreid is over de wereld. Toch kunnen ze hun zorgen niet verbergen. Voor hen is het een gevecht om niet verslagen te worden.”

Eindbestemmingen
Tegen het najaar van 1941 hadden meer dan 1.000 Pools-joodse vluchtelingen Japan verlaten voor vastere bestemmingen. Bijna 500 mensen voeren naar de Verenigde Staten en aan kleine groepen werd toegang tot Canada en andere Britse gebiedsdelen verleend met behulp van de Poolse ambassadeur Romer. Bijna 1.000 mensen zaten echter nog steeds vast in Japan omdat ze er niet in geslaagd waren een visum voor een eindbestemming te verkrijgen. Terwijl Japan zich voorbereidde op oorlog in de weken voorafgaand aan de aanval op Pearl Harbor, ontruimde de politie de militaire haven van Kobe: van half augustus tot eind oktober 1941 deporteerden zij de rest van de vluchtelingen naar het door Japan bezette Sjanghai, in China.
« BACK NEXT »