For the “Flight and Rescue” story available in five languages
English »
简体中文 »
Nederlands
日本語 »
Русский »
REDDERS

Hulp van Nederlandse en Japanse diplomaten
Nadat Litouwen was ingenomen door de Russen, voelden de vluchtelingen zich opnieuw in de val gezet. De Duitse invasie van West-Europa enige weken eerder en het achtereenvolgens vallen van Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk, verbrak iedere illusie van een snel einde aan de oorlog in het westen.

Er waren weinig mogelijkheden om te ontsnappen en in alle gevallen waren diplomatieke vergunningen (visums) nodig om internationale grenzen te passeren. Toen de Sovjets opdracht gaven om alle consulaten vóór 25 augustus 1940 te sluiten, begon de tijd ook te dringen. Zonder visum zouden de vluchtelingen vastzitten in het communistische Litouwen.

Enkele gelukkigen konden aan het dreigende gevaar ontsnappen via een oostwaartse, Aziatische route waarbij een ongebruikelijke combinatie van vergunningen werd gebruikt: een transitvisum voor Japan en een vals toegangsvisum voor Curaçao, een eiland dat slechts weinigen kenden. Deze waardevolle documenten werden afgegeven door buitenlandse afgezanten als reactie op het menselijke drama dat zich op hun drempel afspeelde.

Beperking van immigratie
De voorkeur bestemmingen voor de vluchtelingen waren de Verenigde Staten en het Brits gecontroleerde Palestina, maar strenge wetten en beleidsmaatregelen beperkten de toegang tot beiden. Hun enige hoop was om standaard-immigratieprocedures te omzeilen met behulp van buitenlandse organisaties. Zelfs met steun begon de tijd echter te dringen toen de consulaten in Litouwen hun deuren sloten. De Amerikaanse consul kon slechts 55 visums afgeven, terwijl de Britse afgezant erin slaagde om 700 toegangsbewijzen voor Palestina te verstrekken aan zionistische jongeren, rabbi's en andere groepen. Honderden anderen hadden nog steeds een visum nodig.

Hulp van Nederlanders
De doorbraak in het visumdilemma kwam onverwacht van het Nederlandse consulaat in Kaunas. L.P.J. de Decker, Nederlands ambassadeur voor de Baltische staten, gaf zijn waarnemend consul in Litouwen, Jan Zwartendijk, toestemming om vergunningen af te geven waarin werd verklaard dat “geen toegangsvisum is vereist voor de toelating van buitenlanders tot Suriname, Curaçao en andere Nederlandse gebiedsdelen in Amerika”. Doelbewust werd het belangrijke feit verzwegen dat toelaten het prerogatief was van de koloniale bestuurders, die het zelden toestonden.

“Als iemand de titel ‘Engel van Curaçao’ verdient . . . is het zijne excellentie De Decker wel, die me de succesvolle tekst voor het pseudovisum verstrekte.”


—Jan Zwartendijk, naoorlogse getuigenissen

L.P.J. de Decker
Zijne excellentie de ambassadeur

Tijdens zijn 34-jarige loopbaan bij het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken was L.P.J. de Decker diplomaat in Europa, Azië en het Midden-Oosten. In 1939 werd hij ambassadeur in Riga, Letland. Nadat de Russen bevel gaven om alle consulaten in de Baltische Staten te sluiten, vertrok De Decker naar Stockholm. Hij overleed in 1948 zonder verder commentaar op zijn spilfunctie bij het verstrekken van de pseudovisums.

Jan Zwartendijk
“Meneer Philips Radio”

Jan Zwartendijk werkte vier jaar bij Philips toen hij in mei 1939 manager van de Litouwse divisie werd. Het sluiten door de Sovjets van zijn Philips kantoor in Kaunas begin augustus 1940 maakte een eind aan zijn werk en zijn uitgeven van “Curaçao visums”. Een maand later keerde Zwartendijk dan ook terug naar het bezette Nederland om op het hoofdkantoor van Philips in Eindhoven te werken. Jarenlang kenden velen die Zwartendijk dankbaar waren voor zijn hulp kenden hem alleen als “meneer Philips Radio”.

“De Japanse consul die de transitvisums in de paspoorten verstrekte, maakte tijdens deze verschrikkelijke periode een grappige opmerking. Hij belde verschillende keren op met de vraag of ik niet zo snel visums wilde afgeven. Hij kon het niet bijhouden, de straat was vol met wachtende mensen”.

—Jan Zwartendijk, naoorlogse getuigenissen

Japanse transitvisums
Om het door oorlog verscheurde Europa te ontvluchten en Curaçao te bereiken, moesten vluchtelingen de Stille Oceaan oversteken. Deze route werd mogelijk gemaakt door Chiune Sugihara, waarnemend consul van Japan in Litouwen. Omdat duidelijke instructies uit Tokio ontbraken, verstrekte hij tien daagse Japanse transitvisums aan honderden vluchtelingen met een visum voor Curaçao. Voordat Sugihara zijn consulaat sloot, verstrekte hij zelfs visums aan vluchtelingen die geen reisdocumenten hadden, en wiens enige hoop eht was om Litouwen te verlaten en elders een Amerikaans visum te verkrijgen.

“Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat het volstrekt nutteloos was om besprekingen met Tokio te blijven voeren. Ik verloor alleen maar tijd, terwijl ik van alles had te doen vanwege de evacuatie van het consulaat... Ik begon Japanse transitvisums te verstrekken zonder officiële toestemming.”

—Chiune Sugihara, naoorlogs interview

Chiune Sugihara
Japanse keizerlijke consul

Chiune Sugihara was de eerste Japanse diplomaat in Litouwen. Omdat hij vloeiend Russisch sprak, dat hij gedurende zestien jaar had geleerd van Russische emigranten in Harbin, Mansjoerije, werd hij eind 1939 overgeplaatst naar Kaunas om informatie over bewegingen van Russische en Duitse troepen te verstrekken. Nadat Sugihara begin september 1940 Litouwen had verlaten, maakte hij carrière als een hoge diplomaat in Praag, Königsberg en Boekarest. Toen hij in 1947 naar het door de Amerikanen bezette Japan terugkeerde, werd hij gepensioneerd met een bescheiden toelage vanwege een omvangrijke inkrimping van het diplomatenkorps.

Telegramverkeer
Nadat Sugihara ongeveer 1800 visums had afgegeven, kreeg hij eindelijk een antwoord op zijn telegrammen waarmee hij het ministerie van Buitenlandse Zaken attendeerde op de situatie in Litouwen. Op 16 augustus 1940 meldde Tokio dat er mensen met zijn visums waren aangekomen die op weg waren naar de Verenigde Staten en Canada, maar geen geld of visum voor een eindbestemming hadden. “U dient ervoor te zorgen dat ze de procedure voor hun toegangsvisum hebben doorlopen en over reisgeld en geld voor hun verblijf in Japan beschikken. Anders mag u geen transitvisum afgeven.”

Rond 1 september stuurde Sugihara een antwoord waarin hij toegaf visums te verstrekken aan mensen die niet alle procedures voor een toegangsvisum hadden doorlopen. Hij lichtte de verzachtende omstandigheden toe: Japan was het enige transitland om richting de Verenigde Staten te vertrekken en zijn visums waren nodig om de Sovjetunie te verlaten. Sugihara stelde voor om reizigers die met onvolledige papieren arriveerden in de Russische havenstad Vladivostok, niet toe te laten tot schepen naar Japan. Tokio schreef terug dat Japan zich van de Sovjetunie moest houden aan alle visums die reeds door Japanse consulaten waren afgegeven.

Japans beleid ten aanzien van joden
In een telegram van eind 1938 informeerde het Japanse ministerie van Buitenlandse Zaken de ambassades dat Japan niet was gebaat bij een anti-joodse houding. Joden moesten net zo worden behandeld als elke buitenlander die toegang tot Japan wilde krijgen. Het telegram ging in op het groeiende vluchtelingenprobleem. In het najaar van 1938 werden de Japanse consulaten in Wenen, Berlijn en andere steden van het Reich overspoeld door joden die de vervolging door de nazi's wilden ontvluchten en een toegangsvisum voor Sjanghai, dat toentertijd tot het Japanse Rijk behoorde, en transitvisums voor andere bestemmingen wilden bemachtigen.

“Het is in de huidige omstandigheden cruciaal dat het Japanse Rijk vriendschappelijke relaties met Duitsland en Italië blijft onderhouden. In het algemeen moeten we voorkomen dat we actief joden opnemen die door onze bondgenoten zijn verbannen, maar om radicaal joden te verbannen zoals Duitsland heeft gedaan is niet in overeenstemming met ons Rijk’s eeuwenlang voorstander zijn van rassengelijkheid. Gezien de noodsituatie waarmee het Rijk momenteel wordt geconfronteerd, zou dit ook zeer nadelige gevolgen hebben voor het verdere verloop van de oorlog, met name omdat we buitenlands kapitaal moeten aantrekken voor economische ontwikkeling en moeten voorkomen dat de betrekkingen met de Verenigde Staten verder verslechteren.”

“In dit land worden de communisten snel steeds machtiger. Onder invloed van de NKVD vinden vele terreurdaden plaats... Bijna honderd mensen komen dagelijks naar ons toe en joden verdringen zich voor ons gebouw om een Japans transitvisum te vragen om naar de Verenigde Staten te gaan.”

—Chiune Sugihara, Kaunas, 28 juli 1940
« BACK NEXT »