For the “Flight and Rescue” story available in five languages
English »
简体中文 »
Nederlands
日本語 »
Русский »
ODYSSEES VAN FAMILIES

Melamdowicz
Voordat de oorlog begon, was Icchok Melamdowicz wiskundeleraar en gemeenteraadslid in Bialystok, Polen. Op 8 september 1939 vluchtte hij weg met andere vooraanstaande burgers die bang waren door de Duitsers te worden gegijzeld. Icchok keerde niet terug naar huis nadat de Sovjets de stad een week later bezetten, omdat hij bang was door de Russen te worden gearresteerd. Zijn vrouw Fejgla en zoon Lejb herenigden zich eind oktober 1939 met hem in Vilna. In januari 1941, vijf maanden nadat ze twee van de laatste visums hadden gekregen die door Sugihara waren ondertekend, verliet het gezin Litouwen. In april vertrokken ze per boot vanaf Japan naar de Verenigde Staten.

Sondheimer
Moritz Sondheimer was een Duitse jood die in 1934 nazi-Duitsland was ontvlucht en een kleine fabriek voor plastic knopen en kammen bezat in Kaunas, Litouwen. In de zomer van 1940 onteigenden de Sovjets het bedrijf en in augustus kregen hij, zijn vrouw Setty en zijn kinderen Hanni en Karl een visum voor Curaçao van Zwartendijk en een Japans transitvisum van Sugihara. Ze waren een van de weinige niet-Polen die een visum bemachtigden. Toen de Sondheimers begin 1941 in Japan aankwamen, slaagden ze er niet in om een visum voor een eindbestemming te krijgen. Aan het einde van de zomer werden ze naar Sjanghai gedeporteerd. Na de oorlog verhuisden ze naar de Verenigde Staten.

Dymant
Op 5 september 1939 gaf de rechtenstudent Jakub Dymant gehoor aan een radio-oproep voor alle mannen van dienstplichtige leeftijd om Warschau te verlaten voordat de Duitse troepen arriveerden. Op 23 oktober bereikte hij Vilna. In augustus 1940 kreeg Jakub een visum voor Curaçao van Zwartendijk en een Japans transitvisum van Sugihara, waarna hij in februari 1941 Litouwen verliet. Na vijf maanden in Japan kreeg hij met hulp van de Poolse ambassadeur Tadeusz Romer een visum voor Burma. Toen Burma begin 1942 werd aangevallen door Japanse troepen, vluchtte Jakub naar India. In 1946 vertrok hij naar de Verenigde Staten.

Swislocki
Voordat de oorlog uitbrak, was Abraham Swislocki journalist in Warschau en werkte zijn vrouw Masza als industrieel chemicus. Na de Duitse invasie van Polen werd hij opgeroepen voor militaire dienst en slaagde er later in naar Vilna te gaan. Na een gevaarlijke reis werd hij herenigd met Masza en zijn zoon Norbert. Op 27 juli 1940 kreeg de familie visums van de Nederlandse en Japanse consul in Kaunas en zes maanden later vertrokken ze naar Japan. Omdat het niet lukte om op een schip naar Palestina te komen, werd het gezin gedwongen om de oorlogsjaren in Sjanghai door te brengen. In 1947 vertrokken ze naar de Verenigde Staten.

Szepsenwol
In 1939 woonde de weduwe Rykla Szepsenwol met haar dochters Fejga en Chay in Volozhin in Oost-Polen. Nadat de Russen de stad hadden bezet, vertrokken de meisjes met vrienden uit hun zionistische jongerengroep naar Vilna. Enkele maanden later waagde Rykla het om illegaal de grens te passeren, waarna ze zich met hen herenigde. In mei 1940 kregen Fejga en Chaya een toegangsvisum voor de Verenigde Staten. Met reisgeld van hun familieleden daar en een Japans transitvisum van Sugihara bereikten ze dat najaar de Verenigde Staten vanuit Japan. Een jaar later volgde Rykla haar dochters naar Amerika.

Lifszyc
Voordat de oorlog begon, was David Lifszyc hoofdrabbi van Suwalki in het noordoosten van Polen. Nadat de Duitse bezetters alle joden hadden opgedragen om de regio Suwalki te verlaten, vluchtte Lifszyc eind oktober 1939 met zijn familie langs een gevaarlijke route door de moerassen naar de Litouwse grens. Tijdens deze tocht overleed zijn pasgeboren dochter Avivit Rashel. Rabbi Lifszyc, zijn vrouw Cypa en zijn dochter Shulamis behoorden tot de weinige vluchtelingen die in Moskou een Japans transitvisum kregen. In maart 1941 reisden ze naar de andere kant van Rusland met de Transsiberische spoorlijn. In mei vertrokken ze per boot vanaf Japan naar de Verenigde Staten.

“We hadden het gevoel dat we alles wat we kenden kwijt waren. Tegelijkertijd hadden we echter het gevoel dat ons leven een geschenk was, omdat het een wonder was, een toeval. We probeerden niet te worstelen met de vraag ‘Waarom verdien ik het te leven, terwijl mijn broeders gestorven zijn, mijn familieleden gestorven zijn?’”

—Vluchteling Yonia Fain
« BACK