For the “Flight and Rescue” story available in five languages
English »
简体中文 »
Nederlands
日本語 »
Русский »
BALLINGSCHAP

De oorlog overleven in Sjanghai
De Pools-joodse vluchtelingen hadden in Japan gehoord dat Sjanghai een overbevolkte, vieze, criminele “hellepoel” was. Toch schrokken ze nog van de taferelen en stank die hen begroetten toen ze van boord gingen. In het zogenaamde “International Settlement” van de stad woonden honderdduizenden bezitloze Chinezen te midden van een buitenlandse gemeenschap die werd gedomineerd door een rijke elite van Britse en Amerikaanse handelaren en financiers. De vluchtelingen troffen ook een gevestigde gemeenschap van ongeveer 4000 Russische joden aan die hen hielpen en meer dan 17.000 Duitse en Oostenrijkse joden die waren gevlucht voor vervolging door de nazi's en worstelden om het hoofd boven water te houden.

De joodse vluchtelingen, die door de oorlog in de Pacific vastzaten in Sjanghai, leidden onder het gebrek aan eten, kleding en medicijnen, en weerstonden werkloosheid en isolement, zonder nieuws van hun families. Ze moesten zich aan talloze Japanse decreten houden en leefden gedwongen in een “aangewezen zone” voor “staatloze vluchtelingen”. Toch werden de joden in Sjanghai relatief goed behandeld door de Japanners, iets wat de vluchtelingen zich pas na de oorlog realiseerden toen ze over de Holocaust hoorden.

Gemeenschap van Duits-joodse vluchtelingen
De meeste Duits- en Oostenrijks-joodse vluchtelingen in Sjanghai woonden in overvolle, bouwvallige bewoning, de slechtst getroffenen in barakken (ironisch Heime of thuis genoemd) die door het Amerikaans-joodse Joint Distribution Committee waren gefinancierd. Toch hielden deze eerder aangekomen vluchtelingen het hoofd boven water. Sommige hadden winkeltjes geopend en thuis bedrijfjes. Andere boden zich als aannemer en huurbaas aan, en hervormden hele delen van Hongkey, een industrieterrein van het International Settlement dat in 1932 en 1937 zwaar was beschadigd tijdens gevechten tussen China en Japan.

Laura Margolis
Laura Margolis was de enige vrouw die namens het JDC in het buitenland werkte. Ze begon met het helpen van Duitse vluchtelingen die in 1939 Cuba probeerden binnen te komen. Ze werd in mei 1941 naar Sjanghai overgeplaatst, maar het uitbreken van de oorlog in de Pacific bracht een eind aan haar pogingen vluchtelingen te helpen emigreren. Margolis zamelde geld in binnen de joodse gemeenschap van Sjanghai en hielp 8.000 vluchtelingen. Begin 1942 werd ze als vijandige buitenlander geinterneerd door de Japanners. Margolis keerde in september 1942 terug naar de Verenigde Staten als onderdeel van een uitwisseling van gevangenen.

“Getto van Sjanghai”
Na de aanval op Pearl Harbor legden de Japanse autoriteiten in Sjanghai strengere veiligheidsmaatregelen op. Omdat Japan erkende dat hun nazi-bondgenoot de Duitse en Oostenrijkse joden “staatloos” had gemaakt door hun het staatsburgerschap te ontnemen, moesten vanaf begin 1943 staatloze vluchtelingen, onder wie joden uit Polen, in een “aangewezen zone” van het International Settlement wonen. Door de beperkte bewegingsvrijheid en de ontberingen van de oorlog was het leven moeilijk in het “getto van Sjanghai”, zoals inwoners het noemden, hoewel ze niet de dagelijkse verschrikkingen van de joden in Europese getto’s hoefden te doorstaan.

“Deze proclamatie sloeg in als een bom bij de joden in Sjanghai... Voor de vluchtelingen kon het bijna niet erger na alles wat ze al hadden meegemaakt.”

—Laura Margolis, 1944

Cultuur en politiek
Pools-joodse schrijvers beschreven Sjanghai met een Jiddische uitdrukking: shond khay, “levensgrote schande”. Ondanks dergelijke gevoelens ging het leven door in deze buitenlandse, geïsoleerde omgeving. Door Jiddische gedichten te lezen, Jiddische en Poolse kranten te publiceren en kunstwerken en toneelstukken te maken, zij het sporadisch door logistieke problemen en de Japanse censuur, hielden de overlevende vluchtelingen uit Polen de moed erin. De Japanners verboden de openlijke verkondiging van politieke meningen, maar de zionisten en bundisten bleven heimelijk actief gedurende de oorlog.

Gemeenschap Mir Yeshiva
De gevluchte yeshiva-studenten zetten hun studie voort tijdens de oorlogsjaren. Ze gebruikten kopieën van de weinige exemplaren die vanuit Polen naar Sjanghai waren meegenomen of boeken die door donateurs waren gestuurd, met name rabbi Kalmanovich uit New York. De Mir Yeshiva kwam bijeen in de Beth Aharon-synagoge, die door een van de rijkste Sefardische joden in Sjanghai was gebouwd. Door de spelingen van het lot en de keuzen van de leiders, waardoor de Mir Yeshiva vanaf Polen via Japan in Sjanghai waren terechtgekomen, is deze gemeenschap de enige Europese yeshiva die volledig de Holocaust overleefde.

Einde van de oorlog
Kort voordat de oorlog tot een einde kwam, kwamen veertig joodse vluchtelingen, onder wie zeven Poolse joden, en honderden Chinezen om tijdens een Amerikaans bombardement van het industriegebied Hongkew. Toen de Amerikaanse troepen Sjanghai binnentrokken, sloeg de jubelstemming snel om door het nieuws van de Holocaust. De meeste vluchtelingen hadden sinds het voorjaar van 1941 niets gehoord van familieleden die waren achtergebleven in het bezette Polen. Het zou nog vele maanden duren voordat ze zouden horen wat er met hun familieleden en vrienden was gebeurd. Ongeveer zes miljoen joden kwamen om in de Holocaust, van wie drie miljoen Poolse joden.

“De geruchten dat alle joden in Polen waren vernietigd, waren waar... Wij Poolse vluchtelingen liepen rond met betraande gezichten omdat we iedereen in Polen hadden achtergelaten. Velen voelen zich schuldig omdat ze de oorlog overleefden, terwijl hun naasten een verschrikkelijke dood waren gestorven.”

—Rose Shoshana Kahan, Sjanghai, 8 september 1945
« BACK NEXT »